bariton
Hugo Oliveira
Hugo Oliveira is geboren in 1977 in Lissabon en begon op zijn zesde zijn muziekopleiding in het Gregoriaans Instituut van Lissabon.
Hij studeerde zang op de Hogeschool voor Muziek te Lissabon en is afgestudeerd bij Helena Pina Manique en Luís Madureira. Hij heeft zijn studie voortgezet in het Koninklijk Conservatorium (Den Haag) bij Jill Feldman en Michael Chance met een studiebeurs van de Calouste Gulbenkian stichting.
Naast zijn specialisatie in Barok heeft Hugo zijn flexibiliteit als zanger beproeft met Klassiek/Romantisch en hedendaags repertoire. Hugo Oliveira maakte zijn debuut als solist in 1997 op uitnodiging van het Engelse Hilliard Ensemble met het stuk Passio door Arvo Pärt (Jesus) Hugo heeft o.a. samengewerkt het London Symphony Orchestra, het Gulbenkian Orkest, Les Concerts des Nations, Schönberg Ensemble, Düsseldorf Symfonie Orkest, Ebony Band, Remix Ensemble, etc.
Hij heeft gezongen in een aantal van de belangrijkste nationale en Europese zalen (Amsterdam, Londen, Parijs, Madrid, Barcelona) en verscheiddene festivals in landen als Spanje, Frankrijk, Engeland, Nederland, België en Duitsland. Voor wat betreft dirigenten heeft Hugo o.a. gewerkt onder leiding van Michel Corboz , Jordi Saval , Marcus Creed, Gennadi Rozhdestvensky, Laurence Cummings, Christina Pluhar, Stefan Asbury, Reinbert de Leeuw, François Xavier Roth, Martin Andrè, Pierre-André Valade , Werner Herbers, Nigel North en Richard Gwilt.
Van de vele uitgevoerde werken zijn dit enkele van de belangrijkste: Matthäus Passion, Johannes Passion, Marcus Passion en Weihnachts-Oratorium door J. S. Bach, Vespro della beata vergine door C. Monteverdi, Invitatórios e Responsórios de Natal door Casanoves, Matthäus Passion van Schütz, Messias, Nisi Dominus en Dixit Dominus van Händel, Christus en Lauda Sion door Mendelssohn-Bartholdy, Missa Nelson van Haydn, Requiem, Mis in c-groot, en de Krönungsmesse door W. A. Mozart, Requiem van Duruflé en Fauré, Requiem van Brahms, Petite Messe Solennelle van Rossini, Pulcinella van Igor Stravinsky, Die Legende von der Heiligen Elisabeth van Liszt, de Kindermis van J. Rutter en Jetzt immer Schnee van Gubaidulina. Tevens heeft hij als wereldpremiere de Cantata Verbum Caro van Nuno Corte-Real op zijn naam staan.
Op het gebied van opera heeft Hugo de volgende werken ten gehore gebracht: Le nozze di Figaro van Mozart, The Triumph of Time and Truth (Time) van Händel, Venus en Adonis (Adónis) door John Blow (Adónis), Les malheurs d’Orphée van D. Milhaud (Orphée), Melodias Estranhas door António Chagas Rosa (Damião de Góis) en de Madrigaal-komedie La barca di Venetia per Padova van A. Banchieri onder leiding van Gabriel Garrido. Als mede oprichter van de Operastudio van Porto heeft hij deelgenomen aan producties als Joaz (Azaria en Jojada ) van Benedetto Marcello, L’Ivrogne Corrigé (Lucas) van Gluck, en Frankenstein! door Heinz-Karl Gruber (choreografie van Paulo Ribeiro).
In het kader van het project “Europese Barokacademie van Ambronay” (2004) heeft hij meegewerkt aan de opera Les Arts Florissants (La Discorde) van Marc-Antoine Charpentier geleid door Christophe Rousset.
